Rond de eeuwwisseling van 1900 bevond Nederland zich in een fascinerende transitieperiode. Het land, dat lange tijd rustig en agrarisch was gebleven, transformeerde in sneltreinvaart tot een geïndustrialiseerde samenleving. Deze periode, grofweg tussen 1880 en 1920, kenmerkte zich door een radicale omschakeling in economie, infrastructuur en dagelijks leven. De steden groeiden explosief door urbanisatie, en de traditionele landbouwbanen maakten plaats voor fabrieksarbeid. De industrialisatie bracht grote maatschappelijke veranderingen met zich mee. Terwijl een nieuwe stedelijke middenklasse ontstond, groeide ook de groep van de 'onbevoorrechte arbeiders'. De leefomstandigheden in de snel groeiende steden waren vaak schrijnend, met slechte hygiëne en kleine woningen. Pas rond 1900 begonnen de eerste sociale wetten na de beruchte 'Enquête' van 1890 (die de erbarmelijke toestand in fabrieken blootlegde) enig effect te sorteren, al was de weg naar...